moeren

Aandraaimoment van een bout, moer of een anker

Om aan de hand van die getalswaarde de beoogde klemkracht in de constructie te krijgen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Want naast het bepalen van het juiste aandraaimoment spelen de omstandigheden een belangrijke rol.
Het aandraaimoment is nodig om een gewenste effectieve klemkracht in een verbinding te verkrijgen, maar NIET HET GEHELE aandraaimoment resulteert in klemkracht van het schroefdraad. Een deel gaat verloren door de wrijving tussen de verschillende delen in de verbinding. Die wrijving kan bevoorbeeld onstaan door vuil of stof.
Het aandraaimoment wordt bepaald door de constructeur. Hij bepaalt de spankracht en bepaald de bout en montagemethode.
Het aandraaimoment wordt beïnvloed door verschillende factoren: Wrijving tussen schroefdraden, Wrijving tussen aanlegvlakken van kop, Oppervlakte ruwheid, Vormnauwkeurigheid en Toestand. 70 to 90% van het aandraaimoment verloren gaat aan wrijvingskrachten, het resterende deel wordt omgezet in voorspankracht.
Om het eenvoudig te maken geven fabrikanten van zware bevestigingmiddellen, zoals van onze blitzankers, keil of boutankers, geven vaak in tabellen weer welk aandraaimoment moet worden gekozen.

Een goed overzicht van betonankers en keilbouten vind u bij http://www.schroevennederland.nl/index.php?cName=verankering, daar is ook een telefoonnummer met eventuele vragen.


Schroefdraad van schroeven en bouten

De schroefdraad

De spoed van de schroefdraad is het aantal omwentelingen per lengte-eenheid van de schroefdraad.
De schroefdraad kan ook (over de gehele lengte of alleen aan de punt) taps toelopen, al naargelang de verschillende toepassingen, b.v. houtschroeven, spaanplaatschroeven, gipsplaatschroeven, zelftappende schroeven. Om een schroef in een stenen muur te gebruiken is een plug nodig.

Materiaal

Schroeven kunnen uit veel soorten materiaal zijn gemaakt, gewoon staal, verzinkt staal, roestvast staal, messing, etc.

bron; wikipedia


De ontdekker van het schroefdraad

In 1841 ontwierp Joseph Whitworth de eerste gestandaardiseerde schroefdraad. Nadat deze schroefdraad werd overgenomen door de Britse spoorwegmaatschappijen, die tot dan toe verschillende uitvoeringen gebruikten voor schroefdraad, werd deze in Engeland spoedig algemeen geaccepteerd. Later werd deze verheven tot Britse Standaard onder de naam “British Standard Whitworth”, afgekort tot BSW.

bron: wikipedia


Vervaardiging van bouten

Stalen bouten worden gemaakt van cilindervormige staven. De staven worden op de gewenste dikte gemaakt door ze door een hardmetalen mal te persen. Vervolgens wordt er in enkele stappen een zeskantige kop op geperst, waarna de onderkant van de bout wordt afgeschuind en de schroefdraad erin wordt gewalst. (Vroeger werd de draad ook wel gesneden, maar dit is nadelig voor de sterkte en is bovendien veel duurder) Bij dit proces worden de bouten tot nu toe niet verwarmd. Omdat de bouten nu nog bros zijn worden ze enkele uren verhit, waardoor ze hun sterkte krijgen. De snelheid van afkoelen heeft ook invloed op de sterkte, te snel afkoelen maakt het materiaal brozer. Vervolgens kunnen ze al of niet gegalvaniseerd of gecoat worden om roestvorming tegen te gaan.
Voor minder zwaar belaste verbindingen (bijvoorbeeld in speelgoed) worden ook bouten uit andere metalen (messing, brons) of uit kunststof vervaardigd.

bron http://nl.wikipedia.org/wiki/Bout_%28verbinding%29


Staalkwaliteit

Op de boutkop is met een ISO code aangegeven wat de staalkwaliteit is, bijv. 8.8 of 12.9. Hierbij is het getal vóór de punt de 1% van de treksterkte in N/mm2. Het getal achter de punt is het tienvoudige van de verhouding tussen treksterkte en vloeispanning.

Bijv. 12.9:

Berekening treksterkte (met getal vóór de punt):

100 \cdot 12 = 1200 \frac{N}{mm^2}

Berekening vloeispanning (met getal achter de punt):

9 = \frac{vloeispanning}{treksterkte} \cdot 10
\frac{9}{10} \cdot (treksterkte) = vloeispanning = 1080 \frac{N}{mm^2}

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bout_%28verbinding%29

1 Comment more...

Draairichting

De schroefdraad is meestal dusdanig dat om een bout ergens in te draaien er met de klok mee moet worden gedraaid met het stuk gereedschap dat geschikt is voor de boutkop. Er bestaan echter ook bouten (en moeren) met de schroefdraad in de ‘verkeerde’ richting, dit worden bouten met linkse schroefdraad genoemd. Deze bouten zijn soms gemerkt met een streep in de zijkant van de kop. Deze linkse bouten kwamen vroeger relatief veel voor in niet-metrische draad, tegenwoordig alleen nog maar voor speciale toepassingen.

bron:http://nl.wikipedia.org/wiki/Bout_%28verbinding%29


Schroefdraad

Er bestaan verschillende soorten schroefdraad voor bouten en schroeven:

  • Metrisch: hierbij zijn de diameter en de spoed afgeleid van de millimeter en metrisch-fijn, waarbij de spoed kleiner is. Tegenwoordig het meest toegepast. Ontwikkeld in het midden van de 20e eeuw.
  • Diameter en spoed afgeleid van de inch;
    • Whitworth. Ontwikkeld in het midden van de 19e eeuw in Engeland door Joseph Whitworth.
    • Unified Coarse (UNC), Unified Fine (UNF)

Ook de vorm van de schroefdraad is anders, de tophoek is 60° bij metrische draad, en 55° voor Whitworth draad

bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bout_%28verbinding%29


Spraakverwarring schroef en bout (schroeven bouten)

Spraakverwarring schroef en bout

In de volksmond is het verschil tussen een schroef en een bout het verschil tussen een verlopende schroefdraad en een gelijkblijvende schroefdraad-diameter over de lengte van de bout. De ‘juiste’ definitie is echter dat bij een bout de steel voorzien is van een kop die meestal zeskantig is en waarmee de bout aan de buitenkant aangedraaid kan worden (volgens NEN5501). Wordt de mogelijkheid tot aandraaien verkregen door een uitsparing in de kop, dan spreekt men van een schroef. De uitsparing daarbij kan bijv. zijn een rechte sleuf, een kruissleuf, een binnenvierkant of -zeskant, een zespuntige ster of een twaalfpuntige ster. Bijvoorbeeld: een “moerbout” en een “houtschroef”.



Copyright © 1996-2010 schroeven, bouten en moeren. All rights reserved.